Blog

Bedrijfsopvolging: de DSR en BOR in hoofdlijnen

Als u een onderneming erft of schenkt, kunt u gebruikmaken van twee fiscale regelingen:

  • De doorschuifregeling (DSR) in de inkomstenbelasting
  • De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de Successiewet

Het doel van deze regelingen is het voorkomen van liquiditeitsproblemen bij bedrijfsopvolging, zodat de continuïteit van ondernemingen niet in gevaar komt.

In dit artikel leest u over de belangrijkste voorwaarden en de wijzigingen die zich vanaf 2024 tot nu hebben voorgedaan. De focus ligt op het schenken van een onderneming.

Voordeel DSR en BOR
Voorwaarden DSR en BOR
1. Ondernemingsvermogen
2. Eisen aan de voortzetter (bij schenken)
3. Bezitseis
4. Voortzettingseis
DSR en BOR blijven aantrekkelijk

Voordeel DSR en BOR

  • DSR: Door toepassing van de DSR kan de inkomstenbelastingclaim worden doorgeschoven naar de voortzetter (belastinguitstel).
  • BOR: Door toepassing van de BOR kan een (gedeeltelijke) vrijstelling worden verkregen:
    • 100% van de waarde tot € 1.543.500 is vrijgesteld (2025: € 1.500.000; 2024: € 1.325.253)
    • Alles daarboven is voor 75% vrijgesteld (tot en met 2024: 83%)

Voorwaarden DSR en BOR

Om de DSR en BOR toe te kunnen toepassen heeft u te maken met een aantal voorwaarden. De belangrijkst zijn:

  1. Er is sprake van ondernemingsvermogen: als er sprake is van beleggingsvermogen of beleggingsvennootschappen heeft u geen recht op de faciliteiten.
  2. De voortzetter voldoet aan de gestelde eisen: degene die de onderneming of de aandelen overneemt, de verkrijger, moet aan de gestelde voorwaarden voldoen.
  3. Er wordt voldaan aan de bezitseis: de onderneming en/of de aandelen moeten al gedurende een bepaalde tijd in eigendom zijn van de schenker of de overledene.
  4. Er wordt voldaan aan de voortzettingseis: na verkrijging van de onderneming of de aandelen moet de onderneming nog gedurende een bepaalde tijd worden voorgezet en/of de aandelen voor een bepaalde tijd worden aangehouden.

1. Ondernemingsvermogen

Om de DSR en BOR te kunnen toepassen, moet er een onderneming worden gedreven. Op dit punt waren er de afgelopen jaren enkele relevante wijzigingen:

Met ingang van 1 januari 2025:

  • Beleggingen: tot 2025 mocht een deel van het vermogen in de onderneming of bv nog uit beleggingen bestaan. Het afrondingscriterium van 5% voor de BOR is per 1 januari 2025 vervallen. Hierdoor is het niet langer mogelijk om ook een deel van het beleggingsvermogen met toepassing van de BOR te schenken.
  • Gemengd gebruik: goederen in gemengd gebruik worden alleen nog als ondernemingsvermogen beschouwd voor het deel dat in de onderneming wordt gebruikt (van toepassing bij bedrijfsmiddelen met een waarde boven € 100.000). Dit geldt dus niet voor kleinere goederen in gemengd gebruik, zoals een personenauto. Dit kan voorkomen bij bijvoorbeeld onroerende zaken in gemengd gebruik.

Met ingang van 1 januari 2026:

  • Preferente aandelen: de definitie van preferente aandelen is gewijzigd, waardoor aandelen kunnen ontstaan die deels als preferent kwalificeren (geen toepassing BOR) en deels als gewone aandelen (wel toepassing BOR mogelijk).
  • Ondernemingsvermogen: een onderneming die de schenker of erflater eerder al eens in bezit heeft gehad (dus ook eerder heeft overgedragen en weer terug verkregen), wordt niet langer als ondernemingsvermogen aangemerkt (om te voorkomen dat de BOR tweemaal wordt toegepast). Hierbij is overigens niet relevant of de onderneming eerder al geschonken of verkocht was. Ook de manier waarop de onderneming weer is verkregen is niet relevant.

2. Eisen aan de voortzetter (bij schenken)

Tot en met 2024 was toepassing van de DSR bij schenking alleen mogelijk als de verkrijger drie jaar in dienstbetrekking was bij de onderneming.

Met ingang van 1 januari 2025:

  • Dienstbetrekkingseis: de dienstbetrekkingseis is vervallen.
  • Leeftijd: de verkrijger moet een minimale leeftijd van 21 jaar hebben. Dit is een ‘harde’ eis: er zijn geen uitzonderingen mogelijk. Deze maatregel werkt vooral beperkend voor de overdracht van de agrarische onderneming. Hierbij zien we namelijk regelmatig dat de verkrijger van de onderneming relatief jong is.
  • Deze leeftijdseis geldt vanaf nu ook voor de BOR. De dienstbetrekkingseis was alleen van toepassing voor de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting.

3. Bezitseis

De bezitseis houdt in dat de onderneming een bepaalde periode in bezit moet zijn: om de onderneming te kunnen schenken met toepassing van de BOR moet de onderneming al vijf jaar in bezit zijn. Bij overlijden geldt de kortere termijn van één jaar.

Met ingang van 1 januari 2026:

  • Herstructurering: een beperkte versoepeling waardoor in iets meer gevallen een herstructurering tijdens de bezitsperiode mogelijk is. Eerst was alleen een fiscaal gefaciliteerde herstructurering mogelijk, maar nu wordt een herstructurering zonder fiscale faciliteit in de vereiste bezitsperiode ook toegestaan.

Bezitseis: een langere bezitseis als de schenker/erflater twee jaar ouder is dan de AOW-leeftijd (ter voorkoming van zogenaamde rollatorinvesteringen). Van een rollatorinvestering in een onderneming is sprake als degene die de onderneming schenkt pas op latere leeftijd de onderneming heeft verkregen. Deze beperking beperkt dus niet de overdracht door de oudere ondernemer als die de onderneming gedurende lange tijd heeft gedreven.

4. Voortzettingseis

Tot en met 2024 bedroeg de voortzettingseis vijf jaar. Met ingang van 1 januari 2025 is deze teruggebracht naar drie jaar.

Met ingang van 1 januari 2026:

  • Herstructurering: enkele beperkte versoepelingen zijn doorgevoerd, zodat in meer gevallen een herstructurering tijdens deze drie jaar mogelijk is. Net als bij de bezitseis kan ook in de voortzettingsperiode (onder voorwaarden) een herstructurering zonder fiscale faciliteit plaatsvinden. Eerst was vereist dat bij de herstructurering een fiscale faciliteit werd benut.

DSR en BOR blijven aantrekkelijk

Al met al zijn de DSR en BOR over de jaren heen aantrekkelijke regelingen gebleven om uw onderneming over te dragen.

Maar er zijn ook na alle bovenstaande wijzigingen nog enkele belangrijke aandachtspunten. Bijvoorbeeld:

  • Bedrijfseconomisch wenselijke structuurveranderingen binnen de bezits- en voortzettingsperiode blijven een aandachtspunt. Vaak is ook goedkeuring vooraf nodig.
  • Bij onderlinge verschillen tussen aandelen kan eerder dan voorheen een deel van de aandelen worden aangemerkt als preferent (en daardoor geen toepassing BOR), terwijl deze aandelen bedrijfseconomisch niet als zodanig worden herkend.

Advies over de DSR en BOR nodig?

Het blijft dus slim om een adviseur in te schakelen! Niet alleen bij de feitelijke bedrijfsoverdracht, maar ook bij de afhandeling daarna. Vragen? Neem contact op met onze adviseurs. Wij denken graag met u mee!

Eva van der Heiden

088 4821204